INSTITUTO
CERVANTES BENELUX ENGLAND AND
WALES
Opleiding en Training, Werving
en Selectie, Management, Business Consultancy, Reizen, Vertaalservice, Tolkenservice, Public Relations, Communicatie, Publishing, Spaans in Spanje, Amerika, Ondernemerschap, Luchtvaart, Automatisering, Internet, Productions, Verzekeringen, Hotels, Bankbedrijf, Voetbal, Prinses Diana Stadion, Televisie, Onroerend goed
Maandag 7 oktober
2002 Gelezen: Claus overleden, Claus,
een korte biografie, Intellect,
charme en humor overwonnen aarzelingen over Duitse prins Veel waardering voor Claus, Premier
Balkenende zeer
ontdaan tijdens toespraak
'Nederland verliest een bijzonder mens', Derde Wereld inspiratiebron, grote passie en decor
van zijn kinderjaren 'Ik
ben een oude Afrikaan', Kiezer
verwacht val van kabinet, Fractieleider met krachttermen afgeserveerd LPF-baronnen willen af van Wijnschenk.
Verzonden: Subject: Nous Maintiendrons Date: Mon, 07 Oct 2002 21:43:54 Op dit moment van schrijven wordt de overleden
Prins Claus van Amsterdam naar Huis
ten Bosch gebracht. Ik moet altijd aan hem denken als ik mij
op de foto zie met Mark
op het bordes van het Utrechtse Academiegebouw op
31 augustus
2000.
Vreemd is dat eigenlijk niet.
Vandaag heb ik vernomen dat hij uit Mecklenburg afkomstig
is. Daar is ook een vermoedelijke voorvader van mij geboren, althans
de stamvader van de familie Van
der Heyden van Baak tot Doornenburg, Johannes (5 april 1496-8 mei 1557, Wismar, Mecklenburg
Schwerin). Ik heb van hem het volgende
verhaal opgetekend.
"Ook genoemd Hans Fögk.
Wapen: eerst tot het midden der 17de eeuw: gedeeld: a. in zilver
een zwarte vleugel, omgewend; b. in zilver drie rode heidebloemen,
gestengeld van groen. Later: in zilver een zwarte vleugel; helm
met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleden; helmteken:
drie (1 en 2 geplaatste) rode heidebloemen, gestengeld van groen,
tussen een vlucht, rechts zilver, links zwart. De afkomst van
het geslacht
van der Heyden (van Doornenburg), door mr. A.P. van Schilfgaarde.
"Het Nederland's Adelsboek van vóór 1920 vermeldt
de afstamming van dit, sedert 1815 tot de Nederlandse adel behorende
geslacht, geheel in overeenstemming met de publicatie van wijlen
pastoor Hofman in het Archief van het Aartsbisdom Utrecht, deel
II, blz. 405 vlg., waarin als stamouders gegeven worden de echtelieden
Hans
van der Heyden bijgenaamd Fogh en Elske
Wickboken, "beiden van adellijken bloede"' die te
Wismar (Mecklenburg) woonachtig waren 1). Hun zoons Arend
en Daniël
zouden, wegens de invoering der Reformatie in dat Hertogdom in
de zestiger jaren der 16de eeuw, hun woonplaats verlaten hebben
en naar de graafschap Zutphen zijn uitgeweken. Arnt
zou commandant (rentmeester en drost) van de Schuylenburg bij
Silvolde zijn geworden, Daniël
richter van Wisch. Op blz. 420 wordt een "brief van adeldom"
afgegeven door het bestuur der stad Wismar op 13 Juli 1580, afgedrukt,
waarvan een in 1677 door Foerdt, openbaar notaris te Venlo, afgegeven
afschrift in het archief van het Huis
Baak (bij Steenderen), lang zetel der Van
der Heydens, aanwezig was. Tevens is aldaar op blz. 425 een
verklaring afgedrukt, afgegeven door de wapenkoning P.A. de Launay
d.d. 14 Maart 1678, waarin deze op grond van de genoemde acte
van 1580 een verklaring van adeldom bezegelde, welke verklaring
op 16 Maart 1676 (sic) door het bestuur der stad Brussel werd
bevestigd. Als men nu het Adelsboek van 1920 opslaat, dan vindt
men in de aanhef, dat de beweerde afstamming uit Wismar alleen
op een verklaring van De Launay berust (hetgeen blijkens het bovenstaande
onjuist is), zodat de bewerker het geslacht laat beginnen met
Arndt
van der Heyden, geb. c. 1550, drossaard van de Schuylenburg.
Het Adelsboek van 1929 komt met nieuwe vondsten: Arnt
van der Heyden komt te Nijmegen voor als Arnt
Verheyen, en behoort dus vermoedelijk tot het daar gevestigde
geslacht van die naam. Voorts wordt zijn eerste vrouw Engel Meyerinck
voor het eerst vermeld, wier naam ontleend is aan het Gelderse
leenregister. De weerslag van de opvattingen der Redactie in 1920
en 1929 vindt men terug in de "Historische Gedeelten"
van 1925 en 1930. Nu evenwel het Adelsboek van 1942: de plaats
van herkomst (Nijmegen) is in de tekst verdwenen, doch in het
hoofdje gehandhaafd, en als eerste vermeldt het nog steeds Arnt
van der Heyden, op 31 maart 1580 door de Magistraat van Zutphen
aangesteld tot administrateur van de Schuylenburg. Achteraf is
mij gebleken, dat de redactie niet meer vasthield aan de afkomst
uit Nijmegen, maar dat deze vermelding bij vergissing in het hoofdje
was blijven staan. Tot dusver het Nederlands Adelsboek. Sedert
verscheidene jaren berust het archief van het Huis
Baak als bruikleen op het Rijksarchief in Gelderland. Hoewel
daarin verschillende afschriften voorkomen van de z.g. afstammingsbewijzen,
vond ik daarin niet de notariële acte van 1677, doch wel
ongewaarmerkte afschriften, w.o. ook van De Launay. De oorspronkelijke
acte van 1677 bleek nog te berusten onder baron
van der Heyden van Doornenburg, die mij er inzage van gaf.
Aangezien het vermelden van de naam van De Lanauy tot voorzichtigheid
maande, ging ik eerst op zoek naar een notaris Foerdt te Venlo.
Deze functionaris bleek inderdaad te hebben bestaan, maar heette
T. Oordt: protocollen van hem waren echter niet bewaard gebleven.
De Launay kon nu uitgeschakeld worden, en slechts de geloofwaardigheid
van de Venlose notaris, die in 1677 verklaarde de originele acte
van 1580 2) gezien te hebben, kon in het geding komen. Het leek
me niet waarschijnlijk, dat contrôle te Wismar mogelijk
zou zijn (de stad ligt in de Oost-zône), zodat ik eerst
wilde trachten op een andere wijze de afstamming na te gaan."
Ik vervolg mijn verhaal onder
Arndt.
"Verkreeg 20 juli 1580 adeldoms-bewijs van de stad Wismar.
31 maart 1580 door de magistraat van Zutphen aangesteld tot administrateur
van de Schuilenburg, Wisch. Voordien enige jaren te Zutphen woonachtig.
Nog in 1600 ambtman. Bezit het Bergs leengoed de Poll, van ouds
genoemd Holthuysen te Oer onder Gendringen. Hij wordt hiermee
op 4 december 1588 (voor de helft) beleend door opdracht van Gerard
van Borcken. Koopt 28 februari 1597 het goed Liefrinck in Hengelo,
wordt 4 juli 1598 ambtman, verwalter en rentmeester in de Hoogheid
Wisch. Woont in 1603 te Terborg. De weduwe en kinderen uit het
tweede huwelijk van Arndt
vestigden zich 'in den eersten aanvang der 17e eeuw' te Doetinchem."
Ik vervolg hieronder het verhaal van mr A.P. van Schilfgaarde
over de afkomst van het geslacht van der Heyden (van Doornenburg),
zoals beëindigd bij Vader Johannes Fögd.
"Het trok allereerst mijn
aandacht, dat volgens Nederlands Adelsboek de stamvader Arnt
van der Heyden op 31 maart 1580 door de stad Zutphen benoemd
zou zijn tot administrateur van de Schuylenburg. Dit kasteel toch
was een hertogelijk domein, dat herhaaldelijk verpand was aan
particulieren, maar waarmede de stad Zutphen niets uit te staan
had. Wat bleek nu uit de Kentnissen van Zutphen, deel 1580-83,
fol. 26v.? Burgemeesteren, schepenen en raad van Zutphen verklaren,
dat hun mede-ingezetene Arndt
van der Heyden zich steeds behoorlijk gedragen heeft, en dat
zij hem, nu hij door Christoffel Schenck, vrijheer van Toutenburch,
overste, is aangesteld tot ambtman van de Schuylenburg, met vrouw,
kind en "huysgesindt" vrijgeleide verlenen (31 Maart
1580). Inderdaad was de Schuylenburg op 20 Augustus 1575 verpand
geworden aan Christoffel Schenck van Toutenburg, overste in Zweedse
dienst. Een onderzoek in de processen van het Hof van Gelre en
Zutphen leverde een merkwaardig gegeven op: in het proces 1589
no. 3 vond ik een brief van Arnd
van der Heyden aan de Magistraat van Doetinchem d.d. 1 Dec.
1587 st. nov., waarin hij klaagt over een rooftocht door soldaten
uit dat garnizoen. Hij is ambtman van de Schuylenburg voor genoemde
George Schenck, die te Upsala in Zweden woont, waar Van der Heyden
hem opgezocht heeft om rapport over deze plundering uit te brengen.
Dus een reis van de Schuylenburg naar Upsala ter bespreking van
een niet zo erg belangrijke quaestie! Als men op de kaart een
lijn trekt tussen deze beide plaatsen, dan gaat deze ongeveer
over Lübeck, en 50 K.M. verder ligt Wismar, dat weer niet
zo ver van de Zuidkust van Zweden gelegen is. Zou Arnt
dan inderdaad relaties te Wismar gehad hebben en na zijn bezoek
aldaar naar Zweden zijn overgestoken om zijn principaal te bezoeken?
Het werd nu zaak te trachten met Wismar in contact te komen. Ik
wendde mij in October 1951 eerst tot het Archiv der Hansestadt
Lübeck, dat beloofde mijn aanvrage door te zenden, maar mij
weinig hoop gaf op een antwoord, aangezien, hoewel het archief
te Wismar bewaard was gebleven en onder vakkundige leiding stond,
het zeer onzeker was of mijn brief wel terecht zou komen en een
eventueel antwoord mij bereiken zou. Tevens schreef mijn Lübeckse
collega mij, dat de namen der getuigen Jasper Tabbaert en Joachim
Leuwenouwen sterk Nederlands-getinte namen waren, die hem uit
de buurt van de Oostzee niet bekend waren, en dat hij overigens
geen gedrukte gegevens kende over de familie Van der Heyden gend.
Fogh. Boven verwachting ontving ik na ruim een maand antwoord
uit Wismar. Het Stadtarchiv aldaar deelde mij mede, dat in hun
Akten het concept van een oorkonde voorkomt, gedateerd 13 Juli
1587 (dus niet 1580), waarin de afkomst van Daniel
van der Heyden wordt vastgelegd. Men had hier dus het evenbeeld
van de acte voor Arnt
voor zich, die alleen uit het afschrift van 1677 bekend was. Aan
de echtheid daarvan behoeft dus niet meer getwijfeld te worden,
al behoeven datum en tekst wel enige correctie! Verdere inlichtingen
kon men mij niet verstrekken. Mijn gedurende enige jaren voortgezette
pogingen, om uit Wismar een volledig gewaarmerkt afschrift van
de acte te krijgen, zijn aanvankelijk niet geslaagd. Geen mijner
brieven werd beantwoord, ook niet als deze via Lübeck gingen.
Eindelijk heb ik in Januari 1954 (door bemiddeling van de Archivabteilung
der Deutschen Demokratischen Republik in Berlijn en de Archiv-Inspektion
Mecklenburg-Schwerin) een fotocopie en een afschrift kunnen machtig
worden, die ik als bijlage I laat afdrukken. (zie onder Research).
Er blijkt hieruit, dat de acte inderdaad voor Arnt
bestemd is geweest, doch door zijn broeder Daniel is aangevraagd.
De datum komt merkwaardig overeen met die van de reis van Arnt
naar Upsala, die toch ook wel in de Zomer van 1587 zal hebben
plaatsgevonden. Men kan met grond veronderstellen, dat Arnt
en Daniel samen naar Wismar zijn gereisd, en dat Daniel, toen
Arnt
naar Upsala was gegaan, voor deze de acte heeft doen opmaken.
Bij vergelijking zien we, dat de notaris in zijn afschrift enige
eigenaardige fouten - afgezien dan van het jaartal - heeft gemaakt,
door aan de "ehrbaren" Daniel de titel "Edelborn"
te geven, door de woorden "von einer untadelhafftigen Ardt"
te maken: "von einen Adelhaftigen Ardt", en de "Ehrliche
Ampteren" te verheffen tot "Ahdliche", evenals
de "ehrliche Geburt". Wij laten daar, of de wellicht
moelijk te lezen acte de notaris aanleiding gegeven heeft tot
deze enigszins suspecte schrijffouten! Enige uit Wismar verkregen
gegevens omtrent naamdragers van de families Van der Heyden, Fogh
en Wickbolten volgen als Bijlage II."
G.A. van Dalen
vertelt in het boek '1000
jaar Gendringen' onderstaand
verhaal over Arndt als drost van de Schuylenburg: Het bevel liet hij over aan Arn
van der Heyden,
zoon van Hans, afkomstig uit Wismar. Die was
er tevens zijn rentmeester. De graven
van Culemborg waren de nazaten van Wennemar
graaf van Heyden (zoon van Ridder
Menso de Heydene, geboren 1316 te Heyden in Westfalen). Ik
ben gaandeweg steeds meer gaan begrijpen waarom jij mij regelmatig
"Mijnheer de Baron" hebt genoemd. Ik was vóór
de problematiek met het taleninstituut in Zeist nog niet veel
conflicten gewend geweest. Een conflict ontstaat vaak spontaan
en vanuit het onbewuste. Zo is de nacht van 4 op 5 maart 1991
klaarblijkelijk niet aan de buitenwereld voorbij gegaan. Ik citeer
in dit verband voor de curiositeit nog eens mijn dagboek van 10 juni 1992:
Alicante, woensdag
10 juni 1992 De zon schijnt over Alicante.
Tijd voor strand en zee. Een gitana leest de kaarten en voorspelt
mijn toekomst. Er zijn drie vrouwen in mijn leven, "una rubia,
una de pelo castaño oscuro y una de pelo castaño
claro. En un día festivo estuvo a disgusto con la rubia,
por la tarde y por la noche a eso de la una o la una y media.
Hace dos años o algo así. Las mujeres de pelo castaño
parecen mucho. Son ricas. Son mujeres de carrera. La del pelo
castaño oscuro conoció a mediodía. Ella le
quiere. Ella es de suerte. Echó lágrimas para ella.Va
a tener una buena salud. Ahora tiene que cuidarse con los bronquios,
pero va a vivir en un clima seco, al mar. Va a tener una vida
larga. De suerte". Zij las het allemaal uit de kaarten. Opmerkelijk
was de associatie bij de ridder te paard.
Jij was ongetwijfeld die 'rubia'
waarmee ik een probleem kreeg tijdens de 74ste verjaardag van
mijn vader op 4 maart 1991. De andere door de 'gitana' op het
strand van Alicante vermelde dames met kastanjebruin haar zijn
ongetwijfeld Liesbeth
Halbertsma en Ida
Willadsen. Liesbeth
heb ik inderdaad rond het middaguur leren kennen op 1 november 1989,
even nadat ik de aanstelling bij
Nieuw
Elan had gekregen. Zij werd toen rondgeleid door Joop Tegels
en had een notulist nodig. Op jouw advies heb ik vanaf dat moment
één lijn met haar getrokken en daar ben ik tot op
heden niet van afgeweken ondanks pogingen van derden om daarin
verandering te brengen. Afspraak is afspraak en 'commitment' is 'commitment'.
En daar houd ik mij aan. Nochtans heeft Liesbeth
mij ten gevolge van de gebeurtenis van 5 maart 1991 uiteindelijk
moeten ontslaan met de woorden "Ik heb nu een dure stafmedewerker
die zijn geld niet opbrengt".
Desalniettemin heb ik kunnen
vaststellen dat zij mij achter de schermen de steun heeft gegeven
die ik nodig had voor mijn verdere loopbaan. Het was toen een
vreemde tijd in Maarn. Een merkwaardige rol speelde daarbij een
Maarnse bankdirecteur met de naam Van IJzendoorn of iets in die
geest. Jij kende hem van de tennisvereniging (dansen). Tijdens
een feestje bij de Woudsma's bood hij jou in aanwezigheid van
jouw echtgenoot een glas rode wijn aan zonder zich aan mij voor
te stellen. Een mij tot op dat moment onbekende handelwijze. Ik
kan mij echter niet aan de indruk onttrekken dat dit er uiteindelijk
toe heeft geleid dat ik uiteindelijk met Prinses
Diana in contact ben gekomen. Met name jouw weigering om van
mij een rood mantelpakje te accepteren, dat ik in februari 1991
in een etalage in de Kalverstraat had gezien, speelt daarbij een
belangrijke rol. Het was op de dag dat ik jou in Noordwijk mijn
kantoor heb laten zien tegenover Hotel Oranje. Datzelfde mantelpakje
kwam ik op
9 oktober 1996 weer tegen in de krant. Diana
was op 8 september daaraan voorafgaand al op mijn bruggetje achter
mijn huis verschenen op
de Wellenkamp met een kastanjebruine
pruik. Hoe dit verhaal zich verder heeft ontwikkeld kun je lezen
in mijn boek 'Letters
to Diana, Princess of Wales'. Inmiddels
heb ik heel wat rechten opgebouwd. Ik ben juridisch permanent
eigenaar van het handelsmerk
'Instituto Cervantes' in de Benelux.
Die rechten heb ik nog steeds en ben in formele zin derhalve collega
van Koning
Juan Carlos in de Benelux
en derhalve ook van Hare
Majesteit de Koningin. In dit verband heb ik op
8 mei van dit jaar aan een 'goede
bekende' van Prins Claus (afgebeeld
op pagina 327 van mijn boek) geschreven:
"Als directeur van het taleninstituut
NIOW-Talen
heb ik in de periode 1981-1987 min of meer hetzelfde werk gedaan
als Hare Majesteit
de Koningin. Alleen tegen een lager salaris. Ik diende alleen
een gebied zo groot als heel Nederland te besturen met districtleiders,
docenten en over de jaren zo'n 20.000 cursisten. Nadat ik het
handelsmerk 'Instituto
Cervantes' definitief op mijn naam had
staan heb ik op 29
september 1996 een gesprek gevoerd met de heer Steurbaut
op Paleis Het Loo in Apeldoorn. Dit verhaal staat ook in mijn boek.
De heer Steurbaut was in die tijd secretaris van de Koninklijke
Vereniging van Leden der Nederlandse Ridderorden. Hij heeft
mij in die tijd door het paleis rondgeleid en mij uiteindelijk
gevraagd "Mijnheer
Van der Heyden, bent U van plan om het hele land over te nemen?". Hierop heb ik hem toen geantwoord: "Ik laat dat graag aan anderen
over, maar dan moeten het wel goede zijn." Voorts
vroeg hij: "En
wat bent U nu van plan te gaan doen?"
Antwoord: "Diana
helpen met de opvoeding van Haar kinderen".
"Dat is een goed
idee!". En aldus geschiedde. Hare Majesteit
heeft in die tijd ook Haar plaats aan mij afgestaan voor onderstaande
groepsfoto.
Dit bedoel ik met de opmerking
dat ik "de facto" de verantwoordelijkheden van
jouw vader deel. Vanzelfsprekend heeft hij mij dat niet gevraagd.
Ík ben het Instituto
Cervantes in de Benelux en Hare Majesteit
treedt in mijn rechten, evenals de kroonprinsen
van de Benelux, zodra ík dat nodig acht. Juridisch
liggen de zaken nu eenmaal zo.
De horoscoop in de Telegraaf
is voor mij een communicatiemiddel. In mijn visie bevat de horoscoop
de instructies die moeten leiden tot het gewenste doel. Torremolinos
is op dit moment strategisch goed gelegen voor de uitvoering van
mijn plannen: de opbouw van onze
organisatie. Op tien minuten van de luchthaven, waardoor ik
snel naar Wassenaar kan als het nodig is. Ik heb nog geen tijd gehad
om naar het achterland te gaan. Eerst moet het bedrijf van de
grond. Mijn werkzaamheden hier in Torremolinos bestaan dan ook
voornamelijk uit het leggen van contacten en bedrijfsstrategische
afspraken maken. Aan het echte werk ben ik nog niet echt toegekomen.
Daar word ik ook nog niet voor betaald. Na Diana's overlijden
ben ik in een shock terecht gekomen. Ik heb er nu zo'n kleine
vijf jaar over gedaan om daar overheen te komen. De publikatie
van mijn
boek beschouw ik als mijn beste hulpmiddel. Mijn voormalige
echtgenote heeft de reis met de
Ibn Batouta ook gemaakt naar Marokko."
Ook de Stichting
Cervantes Benelux staat op mijn naam en de Limited
Company Instituto Cervantes Engeland en Wales, waarvan ik
de bevoegdheden op 18
april 1997 aan Prinses
Diana heb overgedragen teneinde er uiteindelijk een Nederlands-Brits familiebedrijf Van
der Heyden/Spencer van te maken. Ik hoop dat The
Court of Justice van Northampton op zeer korte termijn overgaat
tot veroordeling van het
management van Harrods tot vergoeding aan de
limited van de aangerichte schade, zodat ik met mijn werk
verder kan. Vijf jaar vertraging is al vijf jaar teveel geweest.
Daarom is het ook van groot belang dat de in het boek voorkomende
natuurlijke personen terzake ook voor hun verantwoordelijkheid
uitkomen voor de handelingen die hierin staan beschreven. De tijd
die ik in het Sint Radboudziekenhuis heb moeten doorbrengen heeft de opbouw van ons bedrijf ernstig
vertraagd. 'Volgend
jaar hebben we alletwee een bloeiend bedrijf'
heeft Liesbeth mij in 1992 nog gezegd.
Inmiddels zijn we tien jaar verder en is het bedrijf nog steeds
niet operationeel. Desalniettemin vind ik achteraf dat je er goed
aan hebt gedaan om mij per 22
april 1992 de vrijheid te geven. Het
heeft mij de betekenis van het getal '492' op Diana's
paarse pet uit het artikel
'We've got your number' d.d. 10 december 1995
duidelijk gemaakt nadat ik in
Oss sleutel D220 hieraan kon toevoegen
waaruit D220492
(Diana
22 april 1992) voortkwam.
Ik heb in die tien jaar tijd
ook aardig leren relativeren. Herman
Wijffels werkt nu
met PRINSES
IRENE samen in het NatuurCollege, terwijl ik meer geld heb
geïnvesteerd in de ontwikkeling
van mijn organisatie. Of ik overspannen ben geweest weet ik
niet. Ik heb alleen last van mijn ogen. Daar moet ik mee leren
leven volgens voormalig huisarts Van Gaal te Nijmegen. Ik had
er wel moeite mee dat onze echtscheiding ten koste ging van de
goede relatie die ik met Liesbeth
had opgebouwd. Dat lijkt enigszins paradoxaal, maar met Liesbeth
had ik een werkrelatie (zakelijk derhalve) en met jou privé. Liesbeth
heeft die twee altijd goed gescheiden weten te houden. Mijn terugtrekking
in het Sint Radboudziekenhuis vanaf 1
mei 1993 tot 1 december 1994 was een militair-strategische
operatie. De strategieën had ik mij tijdens mijn officiersopleiding
bij de School Reserve
Officieren der Cavalerie
eigengemaakt en toegepast (ref. het boek "Oorlog in de markt"
zomer 1991)
nadat ik vanuit het loopbaanadvies van de
Baak als eerste actiepunt ter uitvoering had meegekregen:
"Sla uw eerste
slag op eigen kracht" (Bert Schaake
van het bureau Psychotechniek te Utrecht). Die eerste slag heb
ik op 30 april 1993 op de Beerendonck bij Wijchen geslagen tegen de
georganiseerde criminaliteit en dit nadien uitgebreid met onze
voormalige directeur H.W.
Lulofs van de
Baak (die Liesbeth
uiteindelijk tot en met 31
december 1998 heeft opgevolgd) besproken. De declaratie die
ik dienaangaande in juni
1995 bij de Centrale Recherche Informatiedienst te Zoetemeer
heb ingediend ten behoeve van de Stichting
Cervantes Benelux, staat nog steeds open, inclusief de wettelijke
rente. Ook dit bedrag staat vermeld in mijn boek 'Letters to Diana, Princess of Wales'. Drugshandel is in Nederland volgens de opiumwet
niet toegestaan. Dat schijnt men hier wel eens te vergeten. Om
nog even op de NIOW-problematiek
terug te komen: NIOW-talen
is nooit failliet geweest. Aan het eind van het cursusjaar 1987
hadden we een tekort van Hfl. 150.000,- Dit bedrag hebben de 'heren'
nadien kunstmatig boekhoudkundig tot Hfl. 300.000,- opgevoerd,
terwijl Piet Kort van HINT bereid was dat risico van Hfl. 150.000
(zelfs meer) te blijven dragen en eventueel om te zetten in aandelen
conform mijn voorstel uit die tijd. Dat was de toenmalige overwaarde
van ons huis als ik mij dat goed kan herinneren. Het is dus een
kunstmatige constructie geweest om Justitie
om de tuin te leiden. Ik heb dit in een later stadium met 'Hoogverraad jegens de Staat der
Nederlanden' aangeduid. Ik heb er wel
veel moeite mee gehad dat ik in 1987 al onze zorgvuldig opgebouwde
netwerkcontacten ben kwijtgeraakt. Ik denk hierbij met name aan
de contacten uit onze
FSI-tijd. Ik heb echter de indruk dat velen mij (en ook jou)
niet zijn vergeten. Vooral niet in regeringskringen. Bij het overlijden
van Prins Claus denk ik binnenkort een soortgelijke rol als hij
had te moeten gaan vervullen. In de regel komt zo'n selffulfilling prophecy uit. Zo was Liesbeth
in 1989 precies het type dat beantwoordde aan mijn gewenste
profiel als samenwerkingspartner. Ik had in die tijd behoefte
aan een mentorfunctie en dat ben ik in mijn beleving voor haar
ook geweest. Uiteindelijk is het van belang dat jongeren van onze
levenservaring een graantje kunnen meenemen. Wij zijn thans in
een levensfase beland waarin wij onze ervaringen aan het nageslacht
dienen over te dragen teneinde LPF-situaties te voorkomen in de
toekomst. Prins Claus kan met goed fatsoen niet meer in een witte rouwstoet
worden begraven omdat dat direct kan worden geassocieerd met de
werkwijzen van de familie Fortuyn uit Rotterdam. Nochtans is dit
een traditie van de familie Van
Oranje. Liesbeth
is de organisatiedeskundige met de netwerkcontacten. Reden waarom ik haar mijn
juridische bevoegdheden heb gedelegeerd
vanaf Diana's
dood. 28 september jongstleden heb ik als deadline gesteld waarop
ik verwacht dat het
bedrijf operationeel is. De bevestiging hiervan heb ik nog
niet ontvangen. Ik beschouw dat - in principe - als een overschrijding
van de deadline, maar ik ben even ruimhartig als Frits
Bolkestein. Daarom heb ik haar na de begrotingsdebatten in
september 1996
een knuffel bezorgd bij de
Baak (een witte beer). Dat gold ook voor Peter
Ottenhoff inzake de Stichting
Cervantes Benelux. Deze stichting dient thans naar De
Eikenhorst in Wassenaar te verhuizen. Zodra de koninklijke
familie door de zwaarste rouwperiode heen is zie ik dat ook wel
gebeuren. Dit wat mijn ontwikkelingen betreft. Ik feliciteer jou
ook van harte met het voorgenomen huwelijk van Mark en Caroline op 5 september
volgend jaar. Op dat punt hebben we samen weer iets voor de boeg.
Het lijkt mij goed om daar samen voor de kinderen een geweldige
dag van te maken. Ramon komt natuurlijk ook weer voor belangrijke
keuzes te staan als hij klaar is op de HTS. Het eerste belang
wordt uiteraard dat er brood op de plank komt en hij zich tevens
een goed toekomstperspectief creëert. In hoeverre ik daar
een bijdrage aan kan leveren is op dit moment niet helder. Het
zal voor een groot deel afhangen van de verkoopcijfers van mijn boek.
Dat moeten er in principe een paar miljoen worden. Zeker in de
Engelstalige wereld. Ik ontvang royalties. De kosten zijn er echter
nog lang niet uit. Het succes daarvan zal voor een groot deel
ook afhangen van degenen die in de periode 1996-1997 direct
bij de ontwikkelingen
zijn betrokken. Op de eerste plaats de vorstenhuizen van Nederland, België, Luxemburg, Spanje en het Verenigd Koninkrijk (Koningin Elizabeth
II heeft het eerste
manuscript ontvangen met kertstmis
1997) en hun respectievelijke
regeringen (Kok, Jan Peter, Blair, Aznar etc.). Ook mijn openstaande rekeningen
dienen nog te worden betaald (Ik sta
voor elk schikkingsvoorstel open). Ondermeer door de Staat
der Nederlanden en de directeur/eigenaar
van Harrods en de Ritz in Parijs (het volledige vermogen van
de Prinses van
Wales op het moment van overlijden plus wettelijke rente).
Ik hoop dat de bestuurlijke structuur van de organisatie nu ook
helemaal rond is. Ik heb alle direct betrokkenen geadviseerd dit
in goede samenspraak met mr Gijs
van Amstel te regelen. De heer
Van Amstel heeft mij in 1991
immers geadviseerd om een
handelsmerk te deponeren bij het Benelux merkenbureau.
Vanzelfsprekend moet ik deze week nog naar Den Haag om mijn laatste
eer te bewijzen aan Hare
Majesteits overleden echtgenoot. Ik
weet nog niet of ik woensdag of donderdag word verwacht. Inmiddels
ben ik - na hiertoe te zijn uitgenodigd - lid geworden van de
Vereniging Officieren der Cavalerie vanwege mijn strategische positie. Ik ben blij
dat ik de huzaren weer tot mijn vrienden kan rekenen. Dat is ook
een lang ontwikkelingstraject geweest. Slechts twee maanden ben
ik in die opleiding geweest. Ik heb mij toendertijd niet gerealiseerd
dat mij een bijzondere eer ten deel was gevallen deel te mogen
uitmaken van een keurkorps van
jonkheren, graven en baronnen. Deel uitmakend
van het Ere-escorte van Hare
Majesteit de Koningin. Maar daar ben ik mij thans volledig
van bewust. Het is niet slecht geweest om hierover een paar jaar
te hebben kunnen nadenken. Tot vrijdag in 's-Hertogenbosch. JOHN.
J.L. VAN DER HEYDEN
Het EERSTE
PAARSE KABINET van het KONINKRIJK
DER NEDERLANDEN.
Voorste rij van links naar rechts Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen JO
RITZEN, Minister
van Buitenlandse zaken HANS
VAN MIERLO, Minister-President
WIM
KOK, Oprichter Instituto
Cervantes JOHN
VAN DER HEYDEN,
Minister van Binnenlandse Zaken en Vice Premier HANS DIJKSTAL, Minister van Justitie WINNIE
SORGDRAGER, Minister
van Financiën GERRIT
ZALM. Achterste
rij van links naar rechts Minister van Volksgezondheid en Sport
ELS
BORST, Minister
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij JOZIAS VAN AARTSEN, Minister van Verkeer en Waterstaat
ANNEMARIE
JORRITSMA, Minister
van Defensie JORIS
VOORHOEVE, Minister
van Economische Zaken HANS
WIJERS, Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid AD MELKERT en Minister van Ontwikkelingswerk
JAN
PRONK.
HET
KOMPAS VAN FRIGILIANA
Instituto Cervantes is legally registered at the Benelux Trade
Registrar under
deposit numbers 0508277 and 843323 in class 41: education, trainings
and courses and is a tradename of the Foundation
Cervantes Benelux
in Utrecht, registered under number 41211928 of the Chamber of
Commerce of Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House, Cardiff.
Cervantes Holding
is a member of the Baak-kring
Management Centre VNO-NCW.
Photograph ENGELENBURG
CASTLE, KINGDOM
OF THE NETHERLANDS.
Instituto Cervantes está legalmente depositado como marca
comercial en el
registro de marcas del Benelux-Bureau
voor de Intellectuele Eigendom bajo los números de depósito 0508277
y 843323 en clase 41: educación, enseñanza y cursos
y es un nombre comercial de la Fundación Stichting Cervantes
Benelux en Utrecht,
inscrito bajo número 41211928 de la Cámara de Comercios
en Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House Cardiff. Cervantes
Holding es miembro
del Baak-kring
Centro de Gestión
Empresarial del Patronal del Reino de los Países Bajos
VNO-NCW.
Foto arriba CASTILLO ENGELENBURG
EN BRUMMEN.
Instituto Cervantes is als handelsmerk wettig gedeponeerd bij het Benelux
Bureau voor de Intellectuele Eigendom onder depotnummers 0508277 en 843323 in klasse
41: onderwijs, opleidingen en cursussen en is een handelsnaam
van de Stichting
Cervantes Benelux
te Nijmegen, ingeschreven onder nummer 41211928 van de Kamer
van Koophandel te Amsterdam
(IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House, Cardiff.
Cervantes
Holding is lid van
de Baak-kring, Management Centre VNO-NCW.
La Corona de
la Casa
Real Española
sirve de símbolo de unidad de nuestros países y
muestra la Lealtad Histórica
como expresada en el himno nacional de los Países Bajos.
More information
at the website of Amazon.com, Wal-Mart and Trafford
Publishing Canada.
VANAF 16
OKTOBER 2004 HEEFT
DE OPRICHTER VAN DE STICHTING
CERVANTES BENELUX,
EIGENAAR VAN HET HANDELSMERK
INSTITUTO CERVANTES
IN DE BENELUX EN DE LIMITED
COMPANY INSTITUTO CERVANTES ENGLAND AND WALES - OP STRAFFE VAN EEN DWANGSOM -
EENIEDER WAAR OOK TER WERELD - VERBODEN GEBRUIK TE MAKEN VAN DE
BEELTENIS VAN ZIJN OP 31
AUGUSTUS 1997 TIJDENS
EEN ONTVOERINGSPOGING OM
HET LEVEN GEKOMEN PARTNER,
TENZIJ DIT BINNEN HET KADER VAN DE DOOR HEM VERSTREKTE VOLMACHTEN NADRUKKELIJK IS OVEREENGEKOMEN.
THE WORK CONTINUES
© J.L. VAN
DER HEYDEN TORREMOLINOS
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN