1.1.2a.2.11 Jacobus
van der Heyden ,
M
|
| Death |
ca 1716 |
| Occ |
Drossaard van het Ambt Montfort 1681-1716 |
Ook voorkomen in de doopregisters van Nijmegen als Jacobus Franciscus
en Jacobus Franciscus Xaverius. Drossaard van het Ambt Montfort
1681-1716, als zodanig aangesteld door de Prins van Oranje, na
de dood van zijn broer Gerardus van der Heyden.
Uit een proces dat Jacob van der Heyden, drossard van het Ambt
Montfort, 1696-1697 tegen de Heer Peter Ruyl "Rentmeester
van Syne Brittannische Majesteyts Domeinen der stadt Grave, lande
van Cuyck, en Middelaer" had te voeren, blijkt, dat hij
op 5 mei 1692, toen hij te Grave voor Jonkheer Louis van Montfort,
Drossaard te Middelaer, borg was gebleven, zijn domicilie had
gehouden op het Huis Heijendael onder Nijmegen, en toen niet
de bediening van zijn Drossaardambt had uitgeoefend, "mits
dat hij hetselve overgelaeten hadde ofte tunc temporis gecedert
aen den heere N. van Aefferden, ende denselven daervan tot Momfort
(Montfort) gestelt in volle possessie mit alle privilegiën,
recht ende gerechtigheydt daervan dependerende".
Ik citeer hieronder uit mijn persoonlijk dagboek 'Plus Ultra'
d.d. 26 januari 1995:
"Heyendael
In een stuk van Professor Du Moulin over de voorgeschiedenis
van het Landgoed Heyendael lees ik dat men de naam Heijingendaell
voor de eerste maal in een Latijnse schepenacte ontmoet, gedateerd
op de dinsdag na de derde vastenzondag van het jaar 1532. Deze
acte handelt niet over Heyendael zelf, maar over een stuk land
dat aan de Hatertseweg grenst en de naam 'Heijingendaell' heeft.
Du Moulin stelt:
"Het handschrift laat twee lezingen toe - door een stuk
grond dat aan een zekere Henricus ingen Daell toebehoorde".
Ik heb een derde lezing. Wellicht is de naam onduidelijk geschreven
en moet voor de tweede -i- van het woord -de- gelezen worden.
Dan staat er: Heijdendaal. Willem Frederik van der Heijden (1880-1961)
vestigde zich op 13 januari 1921 aan de Hatertseweg 213, na 12
dagen een onderkomen op nummer 215 te hebben gehad. Volgens natuurwetten
trekken mensen terug naar de geboortegrond van hun voorouders.
In het Oud Archief Nijmegen (OAN) nr. 2182 , uit de periode 1652-'55,
komt het goed voor onder de naam Heijnsdal. In 1659 komt Heyendael
voor onder de naam "Matthijs Clabbershoff". Matthijs
is een veel voorkomende naam binnen het Geslacht Van der Heijden.
In de RBS-boeken van de gemeente Hien en Dodewaard uit de periode
1701-1709 wordt er gesproken over een Thijssen van der Heijden.
Een van de zonen van Floris van der Heijden uit Dodewaard (1754-1821)
heet Matthijs. Deze naam heeft zich in de desbetreffende familietak
vervolgens doorgezet, zoals dat ook het geval is met de voornamen
Floris en Leendert. Ik sluit dus niet uit dat Matthijs Clabbers
een Van der Heijden was.
Du Moulin schrijft:
"In 1662 blijkt Matthijs Clabbers, die in 1616 met Ottgen
van Dusseldorp in het huwelijk trad, te zijn overleden. Een zekere
Jan Wemmers kan dan rechten op de boedel van Matthijs Clabbers
doen gelden, wat hem echter ook in moeilijkheden schijnt te brengen".
Op 13 februari van dat jaar 'wijsen de heren schepenen voor regt'
in een zaak tussen Johan Wemmers en Gerritjen Janssen, weduwe
van Zaliger Jan de Bruijn.
Er bestaan ook familierelaties met leden van de familie de Bruijn
in Herveld in de Betuwe, het dorp waar een tak van de Nijmeegse
Van der Heijdens ruim tweehonderd jaar is gevestigd.
Het duurt nog tot 1664 voordat Johan Wemmers de onroerende goederen
van de weduwe van Matthijs Clabbers te koop stelt. Voor de somma
van fl. 3.300, wordt Johan Bors eigenaar van dit grondbezit.
Du Moulin verhaalt dat Heyendael in 1705 nog in het bezit is
van de familie Bors. ORAN, nr. 1901: Christina Bors en haar man
Jacob van der Heijden, drossart des ampten Montfort' dragen op
10 decmeber van dat jaar een groot bezit aan huizen en landerijen
over aan hun vier kinderen gezamenlijk en laten dit transport
offcieel registreren. |
|